Verbeteringen aan het stikstofmodel (20240323)
abstract
Reactie op artikel in Tijdschrift Lucht, 2024 nummer 1

Cats, G.J., 2024: Verbeteringen aan het stikstofmodel, available from https://www.geetacs.nl/Reports/20240323,ReactieSRM2.pdf


Onzekerheid in depositie ten gevolge van onzekerheid in meteorologische omstandigheden (20240229)
abstract
De meteorologische omstandigheden die OPS gebruikt bij de berekening van depositie zijn gevarieerd binnen realistische, in Nederland voorkomende, situaties. Die variatie geeft een realistische indicatie van de onzekerheid die meteorologie introduceert bij de berekening van depositie. De onzekerheid in berekende totale depositie van NH3 en NOx blijkt op alle afstanden van de bron kleiner dan 20% en nauwelijks of niet afhankelijk van de afstand. Op de kleine toename van die onzekerheid kan zeker niet een afkap op 25 km gemotiveerd kan worden.

Cats, G.J., 2024: Onzekerheid in depositie ten gevolge van onzekerheid in meteorologische omstandigheden, available from https://www.geetacs.nl/Reports/20240229,meteo.pdf


Onzekerheid in depositie ten gevolge van onzekerheid in terreineigenschappen (20240208)
abstract
De terreineigenschappen (terreinruwheid en landgebruik) die OPS gebruikt bij de berekening van depositie zijn gevarieerd binnen realistische, in Nederland voorkomende, situaties. Die variatie geeft een realistische indicatie van de onzekerheid die terreineigenschappen introduceren bij de berekening van depositie. De onzekerheid in berekende totale depositie van NH3 en NOx blijkt tot circa 60 km afstand van de bron kleiner dan 40% (NH3) of 30% (NOx) te liggen, en op grotere afstand snel af te nemen tot waarden rond 10%. De onzekerheid tot 60km afstand is vooral het gevolg van onzekerheid in depositiesnelheid (berekend als de verhouding tussen droge depositie en concentratie van de primaire component); de onzekerheid in concentratie is veel kleiner. Voor vergunningsverlening speelt de onzekerheid in depositiesnelheid alleen een rol indien ammoniak en stikstofoxiden tegen elkaar worden uitgewisseld. Zonder die uitwisseling zal depositie immers afnemen als de (relatief goed bekende) concentratie afneemt, ook al valt door de grotere onzekerheid in de depositiesnelheid niet nauwkeurig te zeggen hoeveel die afneemt. De onzekerheid in depositiesnelheid neemt echter ook snel af met de afstand, zodat op die onzekerheid zeker niet een afkap op 25 km gemotiveerd kan worden, zelfs al worden NH3 en NOx wel tegen elkaar gesaldeerd.

Cats, G.J., 2024: Onzekerheid in depositie ten gevolge van onzekerheid in terreineigenschappen, available from https://www.geetacs.nl/Reports/20240208,z0+lu.pdf


Terreinruwheid in AERIUS (20231024)
abstract
Bij de berekening van droge depositie uit de concentratie in de lucht wordt gebruik gemaakt van een representatieve terreinruwheid. De procedure die AERIUS volgt om die ruwheid te bepalen wordt besproken. Storende tekortkomingen in die procedure kunnen worden weggenomen, door uit te gaan van landgebruiksbestanden op hogere resolutie, bij voorkeur in afhankelijkheid van windrichting.

Cats, G.J., 2023: Terreinruwheid in AERIUS, available from https://www.geetacs.nl/Reports/20231024,z0InOPS.pdf


Lbv en 25 km afkap (20231005)
abstract
De afkap op 25 km geeft een aanzienlijke onderschatting van de ammoniakdepositie op de Nederlandse natuur. De grootte van het effect van die afkap varieert sterk met de precieze configuratie van de bron; in het bijzonder met de ligging van het bedrijf ten opzichte van stikstofgevoelige natuur. Die afkap zou dan ook niet moeten worden gebruikt bij de beoordeling of een bedrijf in aanmerking kan komen voor (financiële) ondersteuning bij bedrijfsbeëindiging.

Cats, G.J., 2023: Lbv en 25 km afkap, available from https://www.geetacs.nl/Reports/20231005,LBV.pdf


Nitrogen deposition around dairy farms: spatial and temporal patterns. (20230916)
Samenvatting van het rapport van de UvA 2023
abstract
Deze notitie geeft enkele impressies naar aanleiding van een onderzoeksverslag van de Universiteit van Amsterdam. De belangrijkste voor het Nederlandse stikstofbeleid luiden:
1. Het onderzoek heeft geen aanleiding gegeven het model van het RIVM voor ammoniakberekeningen te verwerpen;
2. Veehouderijen zijn slechts in de directe omgeving piekbelasters; denk aan afstanden tot 500 m, uiteraard afhankelijk van de sterkte van de bron;
3. Het grootste deel van de uitstoot van veehouderijen wordt verder van 500 m van de bron gedeponeerd. Individuele bedrijven dragen dus vooral bij aan de stikstofdeken die over Nederland hangt.
Daaruit wordt hier geconcludeerd dat het RIVM-model bij de huidige stand van wetenschap geschikt is om de effecten van verkleining van de veestapel te berekenen, zowel lokaal als op grotere afstand. In het midden blijft de vraag wat men onder een piekbelaster moet verstaan: Is dat een bron die lokaal veel depositie veroorzaakt of is dat een bron die weinig depositie geeft, maar wel verspreid over heel Nederland?

Cats, G.J., 2023: Nitrogen deposition around dairy farms: spatial and temporal patterns. – Samenvatting van het rapport van de UvA 2023, available from https://www.geetacs.nl/Reports/20230916,UvA,Samenvatting.pdf


Bevindingen OPS v5.1.0.2 (20230420)
abstract
Ik stel enkele aanpassingen aan OPS versie 5.1.0.2 voor, en een verbetering aan SRM2 voor zover dat voor depositieberekeningen wordt gebruikt, hoewel het meer in de rede ligt OPS te gebruiken.

Cats, G.J., 2023: Bevindingen OPS v5.1.0.2, available from https://www.geetacs.nl/Reports/20230420,OPSv51.pdf


NOx depositie door 100.000 vliegbewegingen (20230120)
Schiphol, ruwe schatting
abstract
Na een uiterst kort bronnenonderzoek wordt een grove schatting gemaakt van de NOx depositie die wordt veroorzaakt door 100.000 vliegbewegingen op Schiphol. De emissie en depositie door die bewegingen worden vergeleken met agrarische getallen en woningbouw.

Cats, G.J., 2023: NOx depositie door 100.000 vliegbewegingen – Schiphol, ruwe schatting, available from https://www.geetacs.nl/Reports/20230120,Geetacs,GrootteOrdeSchiphol100k.pdf


De 500 mvt/dag/rijrichting afkap (20221031)
Een illustratie van het effect
abstract
De Verbreding Ring Utrecht, als beschreven in het Tracébesluit 2022 (TB2022), heeft netwerkeffecten, waardoor over het hele Nederlandse wegennet de verkeersintensiteit verandert. Waar dat netwerkeffect volgens het gebruikte verkeersmodel kleiner is dan 500 motorvoertuigen per dag, per rijrichting (mvt/dag/rr), wordt het netwerkeffect bij de berekening van stikstofdepositie op nul gezet. Dit zou zijn omdat de onzekerheid in de modelberekening groter zou zijn dan 500 mvt/dag/jr, waardoor de toename van de depositie niet aan het project toe te rekenen zou zijn. Dit argument houdt echter geen stand, omdat de onzekerheid in een verschilberekening veel kleiner is dan 500 mvt/dag/rr. Omdat de verbreding een verkeersaantrekkend effect heeft is het netwerkeffect dat vrijwel overal de verkeerintensiteit toeneemt. Door veranderingen onder de afkapgrens van 500 mvt/dag/rr op nul te zetten wordt het totale netwerkeffect van het TB2022 verkleind en de berekende depositie systematisch onderschat. Deze notitie geeft een illustratie van die onderschatting op de noordelijke Veluwe. Verder wordt erop gewezen dat door verwachte autonome groei van de verkeersintensiteiten de afkapgrens in de toekomst wellicht wordt overschreden. Dat zou een grote sprong in depositie veroorzaken.
Om deze toename van depositie te mitigeren zou de overheid maatregelen ter vermindering van de verkeersintensiteit moeten nemen. Dan is het maar de vraag of er wel noodzaak is de Ring te verbreden.

Cats, G.J., 2022: De 500 mvt/dag/rijrichting afkap – Een illustratie van het effect, available from https://www.geetacs.nl/Reports/20221031,Geetacs500mvt.pdf


25 km afkap bij ViA15 (20221020)
Reactie op de reactie van de minister op het STAB advies
abstract
Reactie op de reactie van de minister op het STAB advies

Cats, G.J., 2022: 25 km afkap bij ViA15 – Reactie op de reactie van de minister op het STAB advies, available from https://www.geetacs.nl/Reports/20221020,25km.pdf


Dubbeltelling brondepletie in AERIUS (20220929)
abstract
Het (wettelijk voorgeschreven) model om jaargemiddelde luchtverontreiniging te berekenen is SRM2. Dat model is gekalibreerd tegen waarnemingen en berekeningen met het Nieuw Nationaal Model (NNM). Het NNM wordt beschreven in het ‘Paarse Boekje’. Zowel waarnemingen als NNM bevatten een verliesterm ten gevolge van depositie tussen bron en rekenpunt. Daarom is die verliesterm al in SRM2 verwerkt. AERIUS berekent de depositie vanuit wegverkeer op basis van de concentratie luchtverontreiniging die met SRM2 is verkregen. Bij die berekening van depositie uit concentratie brengt AERIUS opnieuw een verlies onderweg in rekening. Door die dubbele verrekening van dat verlies wordt de depositie ten gevolge van wegverkeer ernstig onderschat. De STAB ontkent in haar advies dat die verliesterm al in SRM2 verwerkt is. Klaarblijkelijk is die foutieve constatering veroorzaakt door een verkeerde interpretatie van een alinea uit het ‘Paarse Boekje’ en het niet volledig doorgronden van de diverse processen die in het NNM gemodelleerd worden.

Cats, G.J., 2022: Dubbeltelling brondepletie in AERIUS, available from https://www.geetacs.nl/Reports/20220929,brondepletie.pdf


NOx depositie en afkapgrens (20220120)
Tata
abstract
Van de stikstofoxide uitgestoten door de bronnen op het Tata terrein komt 1,4% als depositie neer binnen 25 km van de bron, en 24% binnen 300 km. Dat is aanzienlijk minder dan het RIVM rapporteert voor een lage bron boven land. Het verschil is verklaarbaar vanuit de uitgangspunten van de RIVM berekening. Door af te kappen op 25 km blijft 98,6% van de depositie door Tata buiten beeld.

Cats, G.J., 2022: NOx depositie en afkapgrens – Tata, available from https://www.geetacs.nl/Reports/20220120,Geetacs,25km.pdf


De 25 km afkapgrens (20220106)
in het bijzonder voor een wegennet
abstract
Volgens een kabinetsbesluit gaan stikstofberekeningen afgekapt worden op 25 km van de bron. Voor een puntbron geeft TNO een motivatie van die afstand, maar in dit rapport wordt aangetoond dat die motivatie niet standhoudt. Gezien vanuit een zeker rekenpunt ligt in het algemeen het grootste deel van een wegennet buiten de 25 km grens. Het gevolg is dat een groot deel van de depositie in dat rekenpunt ten gevolge van het verkeer op dat wegennet niet wordt meegenomen. Bij een rechte weg wordt op 2 km afstand van de weg 20% van de depositie weggelaten uit de berekeningen; op 11 km is dat de helft. Bij een netwerk van wegen kan dat nog veel meer zijn. De afkap op 25 km veroorzaakt dan een aanzienlijke onderschatting van de depositie.

Cats, G.J., 2022: De 25 km afkapgrens – in het bijzonder voor een wegennet, available from https://www.geetacs.nl/Reports/20220106,25kmAfkap,Geetacs.pdf


Bestaand scherm Brunssummerheide (20210708)
Herberekening van het effect van de snelheidsmaatregel
abstract
De snelheidsmaatregel (maximaal 100 km/u overdag) leidt tot meer verkeer op sommige wegen, onder andere op de Buitenring Parkstad Limburg (N300); en daarmee tot toename van de depositie op verscheidene hexagonen op de Brunssummerheide, ook na mitigatie met de geschatte opbrengsten van de warme sanering varkenshouderij. Om deze resterende toename (na mitigatie met de geschatte opbrengsten van de warme sanering varkenshouderij) te mitigeren wil de overheid daar “luchtschermen” plaatsen, die zouden moeten leiden tot een netto verlaging van de depositie op die hexagonen. Bij de doorrekening van het effect van deze mitigerende maatregel (de voorgenomen schermen) is ook het effect van een al bestaand scherm meegenomen als mitigerende maatregel. Dat is niet correct, want de aanwezigheid van dat scherm houdt geen verband met de snelheidsmaatregel. Voor één van de hexagonen waarop niet uitgesloten is dat de snelheidsmaatregel significante negatieve effecten heeft is een herberekening uitgevoerd. Het blijkt dat de verlaging van de stikstofdepositie ten gevolge van de nieuw te plaatsen schermen op dat hexagoon aanzienlijk kleiner is dan de verhoging van de stikstofdepositie ten gevolge van de snelheidsmaatregel. Een toename van de depositie als gevolg van de snelheidsmaatregel valt dan ook niet met zekerheid uit te sluiten.

Cats, G.J., 2021: Bestaand scherm Brunssummerheide – Herberekening van het effect van de snelheidsmaatregel, available from https://www.geetacs.nl/Reports/20210708,BestaandScherm,Geetacs.pdf


SRM2: geïnvalideerd (202103)
voor NOx depositie én luchtkwaliteit
abstract
Voor de evaluatie van overschrijdingen van de Europese richtlijnen voor luchtkwaliteit langs snelwegen moet gebruik gemaakt worden van het rekenapparaat SRM-2. SRM-2 onderschat de verkeersbijdrage, maar rond het kritieke punt voor normoverschrijding, te weten 40 μg/m3, maakt het een gemiddeld genomen goed onderscheid tussen al of niet boven de norm. De onderschatting van de verkeersbijdrage lijkt te worden gecompenseerd door een overschatting van andere bijdragen, bijvoorbeeld de achtergrondconcentratie. Maar bij depositieberekeningen voor vergunningverlening kan een dergelijke compensatie geen rol spelen, omdat immers de bijdrage van het verkeer zelfstandig wordt beoordeeld. Geconcludeerd wordt dat berekeningen met SRM-2 tot een te lage verkeersbijdrage aan de depositie zullen leiden.

Cats, G.J., 2021: SRM2: geïnvalideerd – voor NOx depositie én luchtkwaliteit, available from https://www.geetacs.nl/Reports/202103,SRM2,Geetacs.pdf


De afname van stikstofdepositie door de snelheidsmaatregel (20210305)
abstract
De snelheidsmaatregel, waarbij de maximumsnelheid in de dagperiode is teruggebracht tot 100 km/uur, zou moeten leiden tot een afname van stikstofdepositie. De overheid schat die afname voor het jaar 2030 met een combinatie van een verkeersmodel en een verspreidingsmodel. Onderzocht is wat het effect is van (1) een ingreep die die rijksoverheid pleegt in de uitvoer van het verkeersmodel en van (2) een te grote vereenvoudiging in het verspreidingsmodel dat de rijksoverheid gebruikt. Bij (1) gaat het om een eenzijdige afkap op verkeersintensiteit en bij (2) om het niet verwerken van het feit dat de snelheidsmaatregel alleen overdag geldt. Het onderzoek is uitgevoerd op een raai van rekenpunten op de Veluwe, die de A1 en de N344 kruist, maar de resultaten zijn ruimer geldig. Op die raai vertoont de berekende afname een tamelijk vlak patroon, als een “deken” over de Veluwe, met een piek bij de A1. De overheid berekent de “dikte” van de deken, het op de rekenraai vlakke deel van de afname dus, op circa 1,6 mol/ha/jr. Daarvan is, op grond van de Regeling Natuurbescherming, maximaal 70%, dus 1,1 mol/ha/jr, beschikbaar voor nieuwe projecten. (1) Zonder de ingreep in de uitvoer van het verkeersmodel is er echter helemaal geen afname rondom de N344. (2) Wordt het dag/nacht effect wel in het verspreidingsmodel verwerkt, dan daalt 70% van de depositie in de “deken” tot 0,7 mol/ha/jr. De piek bij de A1 daalt dan van 5 mol/ha/jr naar 3 mol/ha/jr. Het effect van de snelheidsmaatregel wordt vooral bij wegen ernstig overschat, door het verkeerde gebruik van de verkeers- en verspreidingsmodellen; maar ook ver van wegen is de overschatting significant. De berekeningen zijn indicatief: ze dienen meer ter illustratie van de mogelijke effecten van niet te onderbouwen beleidsbeslissingen dan dat ze direct bruikbaar zijn om het SSRS met de juiste gegevens te voeden.

Cats, G.J., 2021: De afname van stikstofdepositie door de snelheidsmaatregel, available from https://www.geetacs.nl/Reports/20210305,Geetacs.pdf


Toename van het effect van de snelheidsmaatregel door veranderde emissiefactoren NH3 (20210127)
(Note there is an addendum)
abstract
De stikstofdepositie ten gevolge van het verkeer op een deel van de A1 door de Veluwe is berekend op een raai van rekenpunten voor het zichtjaar 2030, op basis van de emissiefactoren voor stikstof zoals voorgeschreven voor 15 oktober 2020 en na die datum. Geconcludeerd wordt dat het effect in berekeningen van voor 15 oktober 2020 circa 1/3 is van het effect op grond van de berekeningen na wijziging van de emissiefactoren per 15 oktober 2020. De voorgeschreven emissiefactoren zijn nogal speculatief. De “vulling” van het stikstofregistratiesysteem (SSRS) is dat daardoor ook, zoals blijkt uit het feit dat de bijdrage aan het SSRS door de maatregel van verlaging van de maximumsnelheid naar 100 km/u van de ene op de andere dag verdrievoudigd is. De stikstofberekeningen voor het Tracébesluit Ring Utrecht zijn gedaan op 15 oktober, de eerste dag waarop het aangepaste AERIUS 2020 beschikbaar kwam, waardoor per die datum het SSRS driemaal meer ruimte biedt voor stikstofdepositie van projecten. Een gedegen onderbouwing van de veranderde emissiefactoren ontbreekt.

Cats, G.J., 2021: Toename van het effect van de snelheidsmaatregel door veranderde emissiefactoren NH3, available from https://www.geetacs.nl/Reports/20210127,Geetacs.pdf


Toename van het effect van de snelheidsmaatregel door veranderde emissiefactoren NH3 (20210127)
addendum (This is an addendum to this report)
abstract
Dit is een addendum op het rapport gedateerd 27 januari 2021. Op 16 maart 2021 heeft het RIVM nieuwe emissiefactoren vastgesteld. In dit addendum worden die besproken. De gevolgen daarvan zijn in dit addendum opgenomen op 22 maart 2021. In september 2021 heeft TNO een whitepaper gepubliceerd, waarvan de conclusies op 21 september 2021 aanleiding gaven tot een aanvulling in dit addendum.

Cats, G.J., 2021: Toename van het effect van de snelheidsmaatregel door veranderde emissiefactoren NH3 – addendum, available from https://www.geetacs.nl/Reports/20210127,addendum,Geetacs.pdf


Stikstofdepositie dicht bij een punt- of lijnbron (20200928)
abstract
Voor de berekening van stikstofdepositie gebruikt AERIUS het Operationele Prioritaire Stoffen model (OPS) (behalve voor vergunningverlening bij wegenprojecten). Op 20 m afstand van een puntbron vertoont AERIUS een grote sprong. Juist op korte afstanden is een goede berekening essentieel, want daar is de depositie het hoogst. Omdat het bestaan van zo’n sprong niet volgt uit de documentatie wordt betwijfeld of OPS goed is geïmplementeerd in AERIUS.

Vervolgens worden berekeningen met OPS uitgevoerd, waaruit wordt geconcludeerd dat OPS zelf goed direct gebruikt kan worden, ook op korte afstanden. Puntberekeningen zijn op zeer korte afstanden weliswaar niet representatief voor gebieden met een oppervlak van een hectare, maar dat probleem verdwijnt bij middelen over die gebieden – zoals AERIUS volgens de documentatie ook zou moeten doen. Daarbij is er geen aantoonbare motivatie om punten die erg dicht bij de bron liggen uit te sluiten van het middelingsproces.

Het gedrag van AERIUS en van OPS is onderzocht dicht bij een puntbron en dicht bij een lijnbron. Bij een van de uitgevoerde berekeningen werd OPS zodanig aangepast dat OPS goed in staat werd de effecten van een verhoogde wegligging of de aanwezigheid van geluidsschermen, zoals het luchtvervuilingsmodel SRM2 die berekent, te reproduceren. Daarmee is er geen reden meer over om SRM2 te blijven gebruiken, nu OPS alles kan wat SRM2 kan, maar wel beter.

Cats, G.J., 2020: Stikstofdepositie dicht bij een punt- of lijnbron, available from https://www.geetacs.nl/Reports/20200928,Geetacs.pdf


Stikstofdepositie tgv Wegverkeer (20200817)
Gebiedsontwikkeling Oostelijke Langstraat
abstract
Voor de Gebiedsontwikkeling Langstraat Oost is een Passende Beoordeling Stikstof gemaakt. Daarin staat de constatering dat de emissie van verkeer zou afnemen. Dat is echter onwaarschijnlijk. Die afname blijkt mogelijk het gevolg te zijn van het weglaten van wegvakken waar het project de verkeersintensiteit met minder dan 500 motorvoertuigen per dag doet veranderen. Bij een juist meenemen van alle wegvakken is het zeker niet uitgesloten dat de totale emissie stijgt, hetgeen ook veel waarschijnlijker is bij een project dat tot doel heeft de doorstroming te verbeteren.

Bij een juist meenemen van relevante wegvakken ligt het in de rede dat de voorgestelde externe compensatie niet toereikend zal zijn, omdat de compensatie alleen lokaal werkt, terwijl het verkeer tot op grote afstand tot meer depositie zal leiden. De conclusie uit de Passende Beoordeling dat de compensatie afdoende is is dan ook niet houdbaar.

Cats, G.J., 2020: Stikstofdepositie tgv Wegverkeer – Gebiedsontwikkeling Oostelijke Langstraat, available from https://www.geetacs.nl/Reports/20200817,Geetacs.pdf


Stikstofdepositie tgv Wegverkeer Logistiek Park Moerdijk (20200810)
Op basis van beschikbare verkeersgegevens (Note there is an addendum)
abstract
De afronding van Logistiek Park Moerdijk zal de stikstofemissie door wegverkeer doen toenemen. De berekening van de resulterende depositietoename is uitgevoerd met AERIUS, waardoor het foutieve model SRM2 is gebruikt. In deze studie wordt onderzocht hoe de berekende depositie in de gebruiksfase verandert als het betere model OPS wordt gebruikt. Helaas werden de daarvoor benodigde verkeersgegevens niet beschikbaar gesteld. Daarom is gerekend met een deelbestand, afgeleid uit de bijlagen bij het projectbesluit. Dat deelbestand beschrijft slechts de helft van de toename van de wegverkeersemissies. Desondanks blijkt tot op grote afstand significante toename van de depositie op te treden; in de berekeningen met SRM2 zijn die volledig buiten beeld gebleven omdat SRM2 slechts tot op 5 km afstand rekent.

Cats, G.J., 2020: Stikstofdepositie tgv Wegverkeer Logistiek Park Moerdijk – Op basis van beschikbare verkeersgegevens, available from https://www.geetacs.nl/Reports/20200810,Geetacs.pdf


Stikstofdepositie tgv Wegverkeer Logistiek Park Moerdijk (20200810)
Op basis van beschikbare verkeersgegevens – Addendum (This is an addendum to this report)
abstract
Op 10 augustus hebben wij gerapporteerd over dit onderwerp (in rapport “G10”). De Provincie Noord-Brabant heeft nu een derde versie van het verkeersnetwerk ter beschikking gesteld. In dat netwerk zijn de fouten ten gevolge van het rekenen met SRM2 in AERIUS nog veel groter dan in het netwerk dat in G10 is gebruikt. Omdat de grootte-orde van die fouten overeenkomt met de voorspellingen uit G10 is er nu geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van het netwerk, maar we hebben het nieuwe netwerk vanwege tijdsdruk niet verder geverifieerd.

Wel bood het nieuwe netwerk een mooie casus om aan te tonen dat wegsegmenten waar de verkeersintensiteit met minder dan 500 motorvoertuigen per dag verandert niet louter op grond van dat criterium mogen worden weggelaten uit het netwerk.

Alle conclusies uit G10 blijven staan, en de hoofdconclusie, te weten dat het gebruik van SRM2 om de verkeersbijdrage aan stikstofdepositie te berekenen ongeoorloofd is, is nu des te harder onderbouwd. Tevens is de nevenconclusie dat wegvakken met een intensiteitsverandering van 500 mvt/dat niet mogen worden veronachtzaamd nu getalsmatig hard gemaakt.

Cats, G.J., 2020: Stikstofdepositie tgv Wegverkeer Logistiek Park Moerdijk – Op basis van beschikbare verkeersgegevens – Addendum, available from https://www.geetacs.nl/Reports/20200810,Addendum,Geetacs.pdf


Depositie op Natura 2000 ten gevolge van de reconstructie van de N629 (20200609)
abstract
In de Regeling Natuurbescherming heeft de minister voorgeschreven dat AERIUS Calculator gebruikt wordt om de stikstofdepositie van een wegenproject in kaart te brengen. AERIUS rekent voor wegprojecten met het model SRM2. SRM2 zet de bijdrage van het project aan de depositie op nul op afstanden groter dan 5 km van het projectgebied. Het gevolg is dat AERIUS geen significante bijdrage op Natura 2000 gebieden berekent voor het wegproject N629. Toch geeft dat project significante bijdragen tijdens de aanlegfase. Door gebruik te maken van OPS, het AERIUS moduul dat geen afkapping op 5 km kent, blijkt dat de depositie door de werkzaamheden tijdens de aanleg, in 2021, op het Natura 2000 gebied de Langstraat, tenminste 0,94 mol/ha/jr is. Dat is dusdanig hoog dat het project niet uitgevoerd kan worden zonder hetzij aanvullend onderzoek hetzij aanvullende maatregelen.

Cats, G.J., 2020: Depositie op Natura 2000 ten gevolge van de reconstructie van de N629, available from https://www.geetacs.nl/Reports/20200609,Geetacs,rapport.pdf


Stikstof depositie; berekeningen met Aerius (20180704)
abstract
De Kerngroep Ring Utrecht heeft Geetacs opdracht gegeven om het effect van de verbreding van de Ring Utrecht op de stikstofdepositie te schatten, met het rekeninstrument Aerius. Dit rapport is een verslag van de bevindingen van Geetacs.

Cats, G.J., 2018: Stikstof depositie; berekeningen met Aerius, available from https://www.geetacs.nl/Reports/20180704,PAS.pdf


Het effect van het Project Ring Utrecht op luchtkwaliteit (20170304)
abstract
Het Project Ring Utrecht zal volgens de minister enerzijds de congestie op de Ring verminderen, hetgeen een positief effect zal hebben op de luchtkwaliteit. Immers, in een file stoot een brandstofauto per gereden kilometer meer stikstofoxide en fijnstof uit dan bij vrije doorstroming. Anderzijds trekt het project meer autoverkeer aan, waardoor de emissies toenemen. De Kerngroep Ring Utrecht heeft Geetacs gevraagd een schatting te maken van de grootte van de twee effecten, en te schatten welk van de twee effecten overheerst.

Cats, G.J., 2017: Het effect van het Project Ring Utrecht op luchtkwaliteit, available from https://www.geetacs.nl/Reports/20170304,EffectRingLuchtPUB.pdf


MKBA verbreding Ring Utrecht (20170115)
abstract
Voor de verbreding Ring Utrecht is een quick scan van de MKBA gemaakt, zowel ex tunc als ex nunc.

Cats, G.J., 2017: MKBA verbreding Ring Utrecht, available from https://www.geetacs.nl/Reports/20170115,NutNoodzaakPUB.pdf


Luchtkwaliteit Ring Utrecht (20161231)
abstract
Bij de beoordeling van de plausibiliteitstoets1 die de Grontmij heeft uitgevoerd op het verkeersmodel voor het OTB Ring Utrecht was aan het licht gekomen dat er nogal wat verschillen zijn tussen de verkeersintensiteiten en stagnatiefactoren op het hoofd- en het onderliggend wegennet. {} hebben Geetacs verzocht na te gaan wat de gevolgen voor de luchtkwaliteit zouden kunnen zijn. In dit rapport worden de bevindingen beschreven.

Cats, G.J., 2016: Luchtkwaliteit Ring Utrecht, available from https://www.geetacs.nl/Reports/20161231,LuchtkwaliteitPUB.pdf



Choose keyword(s)


colour scheme for number of keywords matched
1 2 3 4 5 >5